Welkom bij Plantenwandeling !
De flora van de Périgord in het zuid-westen van Frankrijk is rijk en gevarieerd net zoals zijn landschappen. Dat nodigt uit tot allerlei plantaardige ontmoetingen, zoals u kunt zien in dit blog. U vindt hier de portretten van een honderdtal wilde planten die hier groeien. Met de seizoenen mee worden nieuwe soorten toegevoegd.
Veel plezier !
N.B.
28 februari 2018
Paardebloem
Ondanks de kou zijn er op beschutte plekken al Paardebloemen (Taraxacum sp.) in bloei te vinden.
Een zonnestraaltje is genoeg.
Hier vrolijken ze de rand van een oude wasplaats op.
De Paardebloem is geen plantesoort als alle andere. Het is moeilijk om vast te stellen hoevel verschillende soorten Paardebloemen er zijn. Ze horen allemaal bij het genus Taraxacum, maar wat is hun tweede naam? Paardebloemen zijn meestal agamosperm, dat wil zeggen dat de nieuwe plantjes ontkiemen uit zaad dat uit onbevruchte eicellen komt, dus in feite zijn ze klonen van een moederplant. Hezt kan zijn dat een hele populatie voortkomt uit dezelfde plant, er is veeleer sprake van een (asexuele) lijn dan van een soort. Als elke lijn als een soort beschouwd zou worden zouden er honderden, misschien duizenden soorten zijn. Omdat sommige lijnen wel degelijk in staat zijn tot sexuele voortplanting krijg je, om het ingewikkelder te maken, ook nog allerlei hybriden
Om praktische redenen worden de lijnen die op elkaar lijken ondergebracht in secties.
Dikke kans dat de Paardebloemen op deze foto van de lijn Taraxacum fasciatum zijn, een lijn die deel uitmaakt van de Ruderalia, de meest voorkomende sectie in de Dordogne.
Hard blazen!
Van dichtbij is te zien dat de zaadjes min of meer gestekeld zijn. De kleur varieert per soort/lijn.
13 februari 2018
Grote brandnetel
Brandnetels (Urtica dioica) zijn solide planten. De hele winter zijn ze doorgegaan met groeien en nu zien ze er wat verfomfaaid uit na regen, sneeuw en rijp, maar het is niet erger dan dàt.
Brandnetels houden van stikstof, dus overal waar mensen iets met de bodem gedaan hebben kom je ze tegen, en ook op plekken waar een natuurlijke toevoer van stikstof is. verlaten bouwterreinen, tuinen, vergeten compost-en mesthopen, kapvlakten, aan de oever van een rivier...
Ze prikken maar zijn desondanks mooi om te zien met dat randje rijp.
De Grote brandnetel is tweehuizig, dat wil zeggen dat mannelijke en vrouwelijke bloemen op verschillende planten groeien. Hier een exemplaar met vrouwelijke bloemen die al zaad vormen. Het zaad kan jarenlang overleven in de bodem, dat helpt om te begrijpen waarom de Grote brandnetel bijna overal voorkomt.
Een vlinder, de Kleine Vos (Aglais urticae), legt haar eitjes bij voorkeur op Brandnetels. Een massa kleine rupsjes doet zich tegoed aan blad en bloemen.
Wie komt hier kijken? Hij lijkt klaar voor de aanval maar hij is vegetarier...
10 februari 2018
Rozetten
Na een nogal warme januarimaand ontwikkelen de rozetten van wilde orchideeën zich voorspoedig. Deze orchideeën overwinteren in de bodem, met knolletjes of wortels. Bij veel soorten verschijnen de bladrozetten aan het eind van de winter, lang voor de bloei. Soms is een groot deel van het blad alweer verdwenen als de bloeistengel verschijnt.
Aan de voet van een grote eik langs een klein weggetje valt deze rozet van bladeren op. Hij is behoorlijk groot en behoort toe aan een Vliegenorchis (Orchis insectifera), een soort die tamelijk veel voorkomt in de Périgord.
In mei, als hij bloeit, is het veel moeilijker de Vliegenorchis te vinden tussen de andere planten, de kleine zwarte bloempjes vallen niet erg op. Ja, ze lijken op vliegen, vleugels en voelsprieten incluis.
In dit schrale kalkgrasland groeien veel orchideeën. Hier zijn de bladrozetten van twee veel voorkomende soorten te zien. De drie rozetten met grijsgroene wat ronde bladeren geven eind maart de bloemstengels van - laten we hem maar zo noemen, hij heeft geen Nederlandse naam - de 'Westelijke spinnenorchis' (Ophrys occidentalis). De groene rozet met bochtige gootvormige bladeren is van de Harlekijnorchis (Anacamptis morio), die twee weken later begint te bloeien.
De 'Westelijke spinnenorchis' wordt een tot twee decimeter hoog. Deze is nog maar klein aan het begin van de bloei.
Een Harlekijnorchis vlak voor het opengaan van de bloemknoppen.
26 januari 2018
Blauw walstro
In deze akker groeien al van allerlei kleine wilde gewasjes. Deze kussentjes van hoekige stengels met bladeren in kransen behoren overduidelijk tot de Walstrofamilie. Ze voelen wat ruw aan, en elk blaadje eindigt in een stekelige punt.
Het is Blauw walstro (Sherardia arvensis) dat vooral in het voorjaar bloeit, al kan je ook later in het jaar de bloempjes vinden.
Januari, dat is echt te vroeg. Toch waren er gisteren al een paar lila bloempjes open. Deze maand januari is uitzonderlijk zacht met temperaturen ver boven normaal.
Een plant in volle bloei in mei. Nee, je kunt niet zeggen dat de bloempjes nou echt blauw zijn.
Sneeuwklokjes
Het regent het regent het regent en het houdt maar niet op, de grond is verzadigd van water, de beek stroomt over en de Sneeuwklokjes (Galanthus nivalis) doen niets anders dan bloeien, alsof het doodnormaal is op het water te drijven.
Misschien is het ook wel doodnormaal, dit beekje stroomt bijna ieder jaar over en de Sneeuwklokjes gaan gewoon door met uitbundig bloeien.
16 januari 2018
Schubvaren
Een oude boerderij die sinds tientallen jaren is verlaten valt in elkaar. In de ruine groeien nu varens, zoals hier de Schubvaren (Asplenium ceterach).
Hij is een klein varentje met tamelijk dikke bladeren die hun donkergroene kleur houden in de winter.
Stenen muren heb je overal. Vooral als ze oud, vervallen en overgroeid met mos en klimop zijn, vormen ze de favoriete habitat voor de Schubvaren.
Als het voorjaar begint ontrolt hij nieuwe bladen die heldergroen zijn. De onderkant van de oudere bladen is bedekt met een bruinige fluwelige massa. Dat zijn de sporangia. Bij droog weer rollen de bladeren zich zijdelings op en is alleen deze onderkant te zien.
Nieuw blad!
30 december 2017
Beuk
Beuken (Fagus sylvaticus) zijn niet algemeen in de Périgord. Vroeger waren er meer maar ze zijn verdwenen. Hier en daar zijn er nog wat te vinden, in een verborgen donkere vallei, of zoals hier, op de steile helling aan de linkeroever van de Dordogne. Hier komt maar zelden de zon.
Veel bomen zijn omgevallen. Het bos wordt niet langer onderhouden, de toegang met grote bosbouwmachines is onmogelijk op de steile helling en de prijs van het hout rechtvaardigt niet het omhakken en weghalen van de stammen. De bomen sterven hier een natuurlijke dood.
Een dode boomstam, waarschijnlijk van een Linde, is in de rivier gevallen, en de bladeren van de Beuk vielen er bovenop. In de Périgord groeien de beuken meestal samen met andere loofbomen als Eiken, Haagbeuken, Kastanjes en soms ook de Linde.
Beuken zijn statige bomen met spectaculaire herfstkleuren. De brons- of koperkleurige bladeren blijven aan de takken tot diep in december.
Alle grote bomen beginnen klein.
Abonneren op:
Posts (Atom)



























