Welkom bij Plantenwandeling !

De flora van de Périgord in het zuid-westen van Frankrijk is rijk en gevarieerd net zoals zijn landschappen. Dat nodigt uit tot allerlei plantaardige ontmoetingen, zoals u kunt zien in dit blog. U vindt hier de portretten van een honderdtal wilde planten die hier groeien. Met de seizoenen mee worden nieuwe soorten toegevoegd.

Corine, botanicus en fotograaf, organiseert voor u wandelingen en andere activiteiten in de natuur rondom flora en vegetatie van de Périgord. Wilt u meer weten? Kijk op www.baladebotanique.fr.

Veel plezier !


N.B.
Met ingang van juni 2020 stopt de nederlandstalige versie van dit blog. De franstalige en engelstalige versies gaan gewoon verder. U kunt ze HIER en HIER vinden.



28 mei 2016

Kleine wolfsmelk


De Kleine wolfsmelk (Euphorbia exigua) is de kleinste Wolfsmelk in de Dordogne. Sommige volwassen planten zijn niet groter dan twee centimeter. Hij groeit in kalkgrasland, bij voorkeur op een schrale plek waar de bodem zichtbaar is.





De soort is nogal variabel. Vaak is de plant grijsgroen, maar vaak is hij juist geelgroen met een rood aangelopen stengel, zoals hier. Overigens is dit exemplaar behoorlijk groot, hij steekt ver boven de 'Omstreden zandmuur' (Arenaria controversa), die hem omringt, uit.








Dit jaar is hij in overvloed aanwezig, misschien dankzij de vele regen. Hier een paar planten uit een tapijt van duizenden.









8 mei 2016

'Akkerwikke'


Ziehier de 'Akkerwikke' (Vicia segetalis), geen Nederlandse naam. Hij is makkelijk te vinden, op veel grazige plekken bloeien zijn vlinderbloemen. In de Périgord zijn veel voormalige akkers verlaten en veranderd in een ander milieu, vandaar mischien dat deze wikke nu ook elders te vinden is.









Elk blad is verdeeld in een dozijn deelblaadjes en eindigt in een rank. De plant klimt in grasstengels et andere planten en grijpt zich vast met deze ranken.







Links van de 'Akkerwikke' op de foto is een andere wikke te zien, met kleinere en smallere bladeren. En dat is dus een andere soort, en die heet Ringelwikke (Vicia hirsuta).




28 april 2016

Knolsmeerwortel


De Knolsmeerwortel (Symphytum tuberosum) houdt van vochtige en schaduwrijke plekken, zoals een bos bij een beek. Hij komt bijna altijd met veel tegelijk en vormt een tapîjt onder de bomen.








De bloei gaat door totdat de bladeren aan de bomen verschijnen, en zo profiteert hij van het licht dat door de kale takken valt.






De lichtgele klokjes worden bezocht door hommels en bijen.




20 april 2016

Spiegelorchis


Verrassing! Een Spiegelorchis (Ophrys speculum) in de Perigordijnse regen! IJsvogelblauw, zonnebloemgeel, chocoladebruin...

Hoewel... een beetje een verzopen hond.







Dit kleine orchideetje met felle kleuren groeit normaal gesproken in Portugal, Marokko, Lybie of andere streken ver ten zuiden van Frankrijk. Hij is bijna nooit te vinden in deze streken, in de Dordogne misschien drie planten per jaar in het hele departement. Zoals veel ophrysen heeft hij een insect dat hem bestuift nodig, in dit geval de wesp Dasycolia ciliata. De Spiegelorchis scheidt stoffen uit die erg lijken op de feromonen van deze wesp, en de onderlip met zijn felle kleuren en harige rand lijkt sprekend op een vrouwtjeswesp Dasycolia. De Spiegelorchis doet wat hij kan om een mannetjes Dasycolia te lokken, die dan moet proberen de liefde te bedrijven met de bloem teneinde het stuifmeel te kunnen vervoeren naar een volgende bloem.

Alleeen, het werkt niet! Dasycolia ciliata komt niet voor in Frankrijk.

Desondanks wordt de Spiegelorchis soms gevonden in Frankrijk. Hoe kan dat? Goede vraag. Een paar mogelijke antwoorden.

(1)
Het zaad van de Spiegelorchis is hier aangekomen met modderige wandelschoenen of autobanden van iemand die zijn vakantie heeft doorgebracht in het Middellandse Zeegebied ten tijde van de zaadrijping. Dat is mogelijk, dat kan gebeuren, maar voor dit exemplaar is het erg onwaarschijnlijk.

(2)
Het zaad is overgebracht met de wind; met luchtstromen hoog in de atmosfeer. Dat is niet onmogelijk, het zaad van orchideeën is licht als stof.


(3)
De Dasycolia komt naar het noorden tot in Frankrijk zonder ooit te zijn waargenomen, misschien als gevolg van de opwarming van de aarde. Of de Spiegelorchis heeft een andere bestuiver gevonden. In theorie is dit mogelijk, maar dan zou men hier ook zaaddragende planten moeten vinden, en dat is niet het geval.


In feite zijn de planten die men hier vindt altijd alleen, en dat wijst erop dat ze geen zaad om zich heen verspreiden en zich niet voortplanten.






Dus het meest waarschijnlijk is dat elke plant voortkomt uit een zaadje dat van ver komt en in geschikte grond is gevallen.

Wel, de Spiegelorchis houdt van warme en droge kalkgraslanden en door de klimaatverandering worden meer franse kalkgraslanden geschikt. Dus, misschien gaan we dit kleine orchideetje vaker zien. En wie weet, misschien gaat zijn bestuiver ook verhuizen naar het noorden. Dat is afwachten.






29 maart 2016

Pinksterbloem


De Pinksterbloem (Cardamine pratensis) bloeit meestal ruim voor pasen. Hij is te vinden onder de bomen of langs een pad op een grazige niet te droge plek waar de zon kan doordringen. Hier vrolijkt hij een bosje naast een beek op.






De Pinksterbloem hoort tot de Kruisbloemenfamilie, net zoals rapen en koolzaad en trouwens ook de meeste van de kleine witte bloempjes die nu in bloei zijn (zie Kleine witjes). De vier kroonbladen zijn enigszins geaderd. 







Wie hem wil zien bloeien moet opschieten, de bloei duurt maar kort !




22 maart 2016

Kroontjeskruid


Het Kroontjeskruid (Euphorbia helioscopia) is een vroeg in het jaar bloeiende Wolfsmelk. Het is een echte zonaanbidder. Zijn geelgroene bloeischermen keren zich naar het hemellichaam toe en hij bloeit op de eerste zonnige dag aan het einde van de winter.

Hier twee kleine exemplaren in een droog schraal grasland.





De schutbladen vormen een soort schotel waarop de bloemen, van dezelfde geelgroene kleur, rusten.








De planten hieronder zijn veel groter, ze groeien in rijkere grond in een koolzaadakker. Ze hebben meerdere bloeischermen per plant. De lange roodachtige stelen zijn kaal, de bladeren zijn al afgevallen.





De bloemen worden druk bezocht door kleine insecten.







En ze hebben een bizarre vorm, karakteristiek voor Wolfsmelksoorten.






In deze vergroting zijn een paar cyathiums te zien, structuren omgeven door klieren. In het Kroontjeskruid lijkt een cyathium op een klein mandje met vier eieren op de rand. Temidden van de eieren is een bosje meeldraden met stuifmeel te zien. Uit het cyathium steekt een steeltje waaraan een enigszins afgeplatte bol hangt. Dat is het vruchtbeginsel met daarop een paar stijlen. De grote groene bol onderaan is een vruchtbeginsel dat begint te rijpen en zaden te ontwikkelen.







Een rijp zaadje is klemgeraakt tussen twee schutbladen. De bleke vlek bovenop het zaadje is een elaiosoom, speciaal bedacht voor de mieren. Die zijn er dol op en dragen de zaden met elaiosoom naar hun nest om hun larven te voeden. Het zaad wordt niet opgegeten en ontkiemt het jaar erop.

11 maart 2016

Ingesneden dovenetel


Vierkante stengels liggen uitgespreid op de grond, in een hoekje van de moestuin of in een akker. Ze dragen kleine getande bladeren, een beetje paars aangelopen.



De Ingesneden dovenetel (Lamium hybridum) lijkt erg op zijn wat grotere broer de Paarse dovenetel maar deze heeft stengels die meer rechtop staan. De twee soorten groeien in dezelfde soort omgeving. Maar, omdat de een (de paarse) veel algemener is dan de ander (de ingesneden), zal er toch wel een verschil zijn in wat ze vereisen van hun omgeving.









Enigszins verstopt tussen het blad zitten de kleine rose lipbloemen.