Welkom bij Plantenwandeling !

De flora van de Périgord in het zuid-westen van Frankrijk is rijk en gevarieerd net zoals zijn landschappen. Dat nodigt uit tot allerlei plantaardige ontmoetingen, zoals u kunt zien in dit blog. U vindt hier de portretten van een honderdtal wilde planten die hier groeien. Met de seizoenen mee worden nieuwe soorten toegevoegd.

Corine, botanicus en fotograaf, organiseert voor u wandelingen en andere activiteiten in de natuur rondom flora en vegetatie van de Périgord. Wilt u meer weten? Kijk op www.baladebotanique.fr.

Veel plezier !


N.B.
Met ingang van juni 2020 stopt de nederlandstalige versie van dit blog. De franstalige en engelstalige versies gaan gewoon verder. U kunt ze HIER en HIER vinden.



11 maart 2014

Sleedoorn


De Sleedoorn (Prunus spinosa) heeft ook een massa witte bloesem. Nu begint hij te bloeien, lang voor de bladeren verschijnen.





De bloesems van de Sleedoorn zijn kleiner dan die van de Pruim. Ze zitten op bijna zwarte twijgen. In de herfst geeft hij kleine wrange blauw berijpte vruchten.














Meestal vormt hij struiken van minder dan 1.50 hoog. De Sleedoorn woekert, vanuit de wortels komen steeds nieuwe takken omhoog en de plant kan een groot oppervlak bedekken. De dichte massa van takken met grote doorns is letterlijk ondoordringbaar. Eind maart zijn bosranden, ruige veldjes en wilde hagen bedekt met de witte bloesem als een laag sneeuw.



9 maart 2014

Kerspruim


De Kerspruim (Prunus domestica) is de eerste Prunus die bloeit.



Deze kleine boom is van oorsprong gecultiveerd, hij wordt veel gebruikt als onderstam voor fruitbomen, maar hij groeit vaak in het wild.  Bijvoorbeeld tussen de struiken die een natuurlijke haag vormen om bouwland, maar ook midden in een bos.





Hij bloeit met een massa zuiver witte bloemen. Elke bloem is gesteeld, en heeft een stamper omgeven door een twintigtal meeldraden.






Zoals bij alle Prunusen is de bast glad en glanzend, met fijne horizontale strepen en kurkige randen.

In de zomer komen de kleine pruimen. Geel, rood of blauw, rond of ovaal, al naar gelang de ondersoort. Het is de moeite waard om een goede boom uit te zoeken. Sommige hebben vruchten die melig of zuur zijn, maar meestal zijn ze zoet en smakelijk.



 

7 maart 2014

Grauwe wilg


In maart is deze grote struik van verre zichtbaar. Voordat de bladeren zich ontwikkelen tooit de Grauwe wilg (Salix atrocinerea) zich met een massa gele katjes. Zoals veel Wilgen heeft de Grauwe wilg het hele jaar door voldoende water nodig om te groeien. Hij is dus te vinden in de buurt van een beek, een moerassig bos of een veenmoeras.



Dit zijn de katjes aan een mannelijke boom.


20 februari 2014

Groot leermos


Ondanks zijn naam is dit geen mos maar een korstmos Het Groot leermos (Peltigera canina) is een samenlevingsverband van een schimmel en een alg, in dit geval een blauwwier. Hij groeit in bvossen tussen het mos of op een verrotte boomstronk. Leermossen houden niet van droogte, in de zomer schrompelen ze ineen tot grijzige vodjes. Maar in de winter, als het veel regent, bloeien ze op en vertonen heldere contrasterende kleuren.






Het grijszwarte 'blad' is de thallus, een conglomeraat van schimmel-mycelium en blauwwieren aan de oppervlakte die aan het zonlicht is blootgesteld.  Op deze thallus groeien de rossige apotheciën die de sporen van de schimmel produceren.

22 januari 2014

Klimop


Een rij populieren onder een grauwe winterhemel. De stammen zijn overgroeid met Klimop (Hedera helix).




Klimop groeit over de grond of klimt in bomen (of een ander object). Met kleine hechtwortelshoudt hij zich vast aan de boomschors. De boom heeft er weinig last van want de Klimop is geen parasiet. Alleen als de Klimop te groot en te zwaar wordt kunnen takken breken, of komt er niet genoeg licht bij de bladeren van de boom.




Aan het einde van de herfst is er weinig te eten voor insecten. Als in november de Klimop bloeit, met een overvloed aan kleine geelgroene bloemetjes rijk aan nectar, komen de laatste bijen en zweefvliegen er op af.




Na de bloei komen er bessen. Nu zijn ze nog groen maar in de loop van de winter worden ze zwart. De takken met bloemen en bessen klimmen en kruipen niet maar staan rechtop. De bladeren aan deze vruchtbare takken zijn ruitvormig.




De bladeren aan de kruipende vegetatieve takken zien er anders uit. Ze zijn drie tot vijfvoudig gelobd met lichtere nerven. In koude perioden in de winter zijn ze vaak rood aangelopen.



9 januari 2014

Klein kroos


Klein kroos (Lemna minor) is een plant van stilstaand water. In de zomer kan ze de hele oppervlakte van een meertje of poel bedekken. In de winter is ze ook te vinden maar in kleinere hoeveelheden.





Ze drijft op het water dank zij kleine ronde bladen met luchtkamertjes. Een simpele constructie: een drijvend blad van een paar millimeter doorsnede waaronder kleine worteltjes hangen. In de tropen bloeit de plant soms, maar in een gematigd klimaat zoals hier in Frankrijk zijn er praktisch nooit bloemen. Desondanks is de plant uitstekend in staat zich te vermenigvuldigen, met knoppen.

24 september 2013

Echt bitterkruid


Een paar spinnewebben, een rij gele bloemen.


Een voormalig bouwland doorspikkeld met wit en geel, nu overal te vinden. Twee doodgewone planten die van het eind van de zomer tot de eerste nachtvorst en zelfs daarna bloeien.













Tussen de witte bloemschermen ven de Wilde peen (Daucus carota) komen de gele bloemhoofdjes van het Echt bitterkruid (Picris hieracioides) tevoorschijn.














De gele bloemen zijn paardebloemachtig, samengesteld uit enige tientallen smalle lintbloemen.
 














Net zoals bij de paardebloem draagt ieder rijp zaad een pluisje om zich op de wind te verplaatsen.