Welkom bij Plantenwandeling !

De flora van de Périgord in het zuid-westen van Frankrijk is rijk en gevarieerd net zoals zijn landschappen. Dat nodigt uit tot allerlei plantaardige ontmoetingen, zoals u kunt zien in dit blog. U vindt hier de portretten van een honderdtal wilde planten die hier groeien. Met de seizoenen mee worden nieuwe soorten toegevoegd.

Corine, botanicus en fotograaf, organiseert voor u wandelingen en andere activiteiten in de natuur rondom flora en vegetatie van de Périgord. Wilt u meer weten? Kijk op www.baladebotanique.fr.

Veel plezier !


N.B.
Met ingang van juni 2020 stopt de nederlandstalige versie van dit blog. De franstalige en engelstalige versies gaan gewoon verder. U kunt ze HIER en HIER vinden.



16 april 2011

Wolfsmelk


Wegbermen en graslanden staan nu vol met geel, en de grote groengele vlekken zijn meestal van Wolfsmelk. Deze is makkelijk te herkennen aan de kleur, aan het witte meksap en aan de vorm van de bloeiwijzen. Er zijn zo'n vijfentwintig soorten in de Périgord, en hieronder staan er drie die veel in wegbermen en langs paden groeien. De bloemen van de Wolfsmelk hebbeb een aparte vorm. Ze zitten in schermen en hebben geen bloemblaadjes. In elke bloem zit een bolletje met stempel, en een paar stuifmeeldraadjes op een steeltje, met daarnaast een paar ronde of haklvemaanvormige klieren. Dit alles omgeven door twee grote gekleurde schutbladen. En vaak ontspruit in het midden van deze constellatie nog zo'n bloem.



Sinds een paar weken bloeit de Amandelwolfsmelk (Euphorbia amygdaloides). Hij groeit in loofbossen. Op de foto zijn de rode bolletjes te zien waarbinnen het zaad al begint te rijpen.














De cypreswolfsmelk (Euphorbia cyparissias) groei op droge stenige plaatsen, maar ook op verwaarloosde veldjes, dus eigenlijk bijna overal.















En deze, Euphorbia flavicoma,  heeft geen Nederlandse naam en hij is te vinden in grazige wegbermen.


4 april 2011

Spinnenorchis


Daarom heet hij Spinnenorchis!




















In deze group orchideeën worden meerdere soorten onderscheiden. Ze verschillen van elkaar in de vorm van de lip, kleur, grootte, bloeiseizoen, en in andere details. Maar er zijn ook veel tussenvormen. Zijn het echte soorten of veeleer variaties op een thema?

Om een soort te zijn moet er tenminste sprake zijn van een 'barrière' naar andere soorten toe. Geografisch: de planten groeien op verschillende plaatsen ver van elkaar verwijderd. Of in tijd: ze bloeien niet tegelijk. Of ze hebben verschillende bestuivers. Of zijn onderling niet vruchtbaar. Of... Het enkele feit dat twee populaties, of twee exemplaren binnen een populatie, er verschillend uitzien is niet voldoende. Zijn het meer soorten met onderlinge hybrides, of één soort met variaties? We weten het niet echt.

Hier twee vertegenwoordigers die nu bloeien.


Laten we deze de Westelijke Spinnenorchis (Ophrys occidentalis) noemen. Hij groeit vaak in groepen, soms aan de wegkant pal langs het asfalt.















En dit is de Kleine Spinnenorchis (Ophrys araneola) die meestal solitair is. De kleine bloemen hebben een gele rand.


24 maart 2011

Paarse schubwortel


Ze zijn terug, de bloemen van de Paarse schubwortel (Lathraea clandestina)!


Bloemen zijn net mensen ...

















(Zie hier voor meer.)

12 maart 2011

Kleine witjes


Voor wie zich bukt zijn ze overal: miniatuur-Brassicaceeën. Er zijn vier soorten eenjarigen die horen tot de eerste planten die in het voorjaar bloeien, vaak in groepen van duizenden exemplaren. Vaak groeien de vier soorten bij elkaar, zelfs als elk zijn eigen favoriete milieu heeft.
 

De kleinste is de Vroegeling (Erophila verna). Een exemplaar van vijf centimeter hoog is een echte reus. De gemeente hierboven woont op de middenberm van een landweg op een droge helling.














De Doorgroeide boerenkers (Kandis perfoliata) is wat groter. Op rijke grond kan hij wel vijftien centimeter hoog worden, maar meestal blijft hij heel veel kleiner. Hij groei aan de kant van de weg, in droge schrale akkers en kalkgrasIanden, overal waar de bodem omgewoeld is door bijvoorbeeld dieren.










Het Witte hongerbloempje (Draba muralis) groeit op rotsige plekken en stenen muurtjes. Hij begint klein, maar wordt steeds groter tegen het einde van de bloei en als zaad gezet wordt. Op de foto zijn helemaal onderaan ook een paar Vroegelingen te zien.











De Kleine veldkers (Cardamine hirsuta) houdt van meer vruchtbare en vochtige grond dan de andere soorten. In het vroege voorjaar overdekt hij soms akkers die wachten op het ploegen met een grijslila waas, en hij groeit ook in moestuinen. Het is de grootste van de vier soorten. Soms begint hij al te bloeien in december.

9 maart 2011

Mannetjesorchis


Orchideeën zijn vaste planten en de meeste hebben, althans hier in Frankrijk, wortelknolletjes. De Mannetjesorchis (Orchis mascula) heeft er twee. Een is vers en wittig en zorgt voor voedsel voor het komende jaar, de ander is grijs en gerimpeld en bijna verdwenen, een rest van vorig seizoen. In de loop van dit seizoen ontwikkelt zich een nieuwe wortelknol.


Sinds een paar dagen zijn de eerste bladeren bovengekomen. In een maand zal de plant bloeien, en later deze zomer, na de verspreiding van het zaad, verdwijnen de bladeren weer en gaat de plant ter ruste onder de afgevallen bladeren.

22 februari 2011

Gele trilzwam


Op regenachtige dagen zit er soms een dooiergele vlek in een boom, een geleiachtige massa.


Dat is dan de Gele trilzwam (Tremella mesenterica), een paddestoel die groeit op de dode takken van een eik of een andere loofboom.













Paddestoelen zijn geen planten maar behoren tot het rijk der schimmels. Ze leven van dood organisch materiaal en worden daarom saprofyten genoemd (hoewel het achtervoegsel '-phyten' eigenlijk verwijst naar planten). De Gele trilzwam parasiteert op het mycelium een andere schimmel in het dode hout, en leeft dus op een indirecte manier van dood organisch materiaal.

20 februari 2011

Sleutelbloemen


Sleutelbloemen groeien meestal onder bomen, en ze bloeien in maart voordat de bomen in het blad komen.


Dit is de allereerste van dit jaar, een Gulden Sleutelbloem (Primula veris) met kleine gele bloempjes aan een rechte stengel. Hij lijkt misplaatst zo vroeg in het seizoen in een grijsbruin kastanjebos.













Meestal staan er veel primula's bij elkaar, zoals hier. Links een paar Gulden Sleutelbloemen, en verder vooral veel Stengelloze Sleutelbloemen (Primula vulgaris) die wèl een bloemstengel hebben onder de vrij grote bleekgele bloemen, maar deze is kort en staat niet rechtop.











Alle sleutelbloemen hebben ruwe, heldergroene bladeren.


















Hybrides tussen de twee soorten komen vrij vaak voor, zoals hier te zien is.