Welkom bij Plantenwandeling !

De flora van de Périgord in het zuid-westen van Frankrijk is rijk en gevarieerd net zoals zijn landschappen. Dat nodigt uit tot allerlei plantaardige ontmoetingen, zoals u kunt zien in dit blog. U vindt hier de portretten van een honderdtal wilde planten die hier groeien. Met de seizoenen mee worden nieuwe soorten toegevoegd.

Corine, botanicus en fotograaf, organiseert voor u wandelingen en andere activiteiten in de natuur rondom flora en vegetatie van de Périgord. Wilt u meer weten? Kijk op www.baladebotanique.fr.

Veel plezier !


N.B.
Met ingang van juni 2020 stopt de nederlandstalige versie van dit blog. De franstalige en engelstalige versies gaan gewoon verder. U kunt ze HIER en HIER vinden.



24 maart 2011

Paarse schubwortel


Ze zijn terug, de bloemen van de Paarse schubwortel (Lathraea clandestina)!


Bloemen zijn net mensen ...

















(Zie hier voor meer.)

12 maart 2011

Kleine witjes


Voor wie zich bukt zijn ze overal: miniatuur-Brassicaceeën. Er zijn vier soorten eenjarigen die horen tot de eerste planten die in het voorjaar bloeien, vaak in groepen van duizenden exemplaren. Vaak groeien de vier soorten bij elkaar, zelfs als elk zijn eigen favoriete milieu heeft.
 

De kleinste is de Vroegeling (Erophila verna). Een exemplaar van vijf centimeter hoog is een echte reus. De gemeente hierboven woont op de middenberm van een landweg op een droge helling.














De Doorgroeide boerenkers (Kandis perfoliata) is wat groter. Op rijke grond kan hij wel vijftien centimeter hoog worden, maar meestal blijft hij heel veel kleiner. Hij groei aan de kant van de weg, in droge schrale akkers en kalkgrasIanden, overal waar de bodem omgewoeld is door bijvoorbeeld dieren.










Het Witte hongerbloempje (Draba muralis) groeit op rotsige plekken en stenen muurtjes. Hij begint klein, maar wordt steeds groter tegen het einde van de bloei en als zaad gezet wordt. Op de foto zijn helemaal onderaan ook een paar Vroegelingen te zien.











De Kleine veldkers (Cardamine hirsuta) houdt van meer vruchtbare en vochtige grond dan de andere soorten. In het vroege voorjaar overdekt hij soms akkers die wachten op het ploegen met een grijslila waas, en hij groeit ook in moestuinen. Het is de grootste van de vier soorten. Soms begint hij al te bloeien in december.

9 maart 2011

Mannetjesorchis


Orchideeën zijn vaste planten en de meeste hebben, althans hier in Frankrijk, wortelknolletjes. De Mannetjesorchis (Orchis mascula) heeft er twee. Een is vers en wittig en zorgt voor voedsel voor het komende jaar, de ander is grijs en gerimpeld en bijna verdwenen, een rest van vorig seizoen. In de loop van dit seizoen ontwikkelt zich een nieuwe wortelknol.


Sinds een paar dagen zijn de eerste bladeren bovengekomen. In een maand zal de plant bloeien, en later deze zomer, na de verspreiding van het zaad, verdwijnen de bladeren weer en gaat de plant ter ruste onder de afgevallen bladeren.

22 februari 2011

Gele trilzwam


Op regenachtige dagen zit er soms een dooiergele vlek in een boom, een geleiachtige massa.


Dat is dan de Gele trilzwam (Tremella mesenterica), een paddestoel die groeit op de dode takken van een eik of een andere loofboom.













Paddestoelen zijn geen planten maar behoren tot het rijk der schimmels. Ze leven van dood organisch materiaal en worden daarom saprofyten genoemd (hoewel het achtervoegsel '-phyten' eigenlijk verwijst naar planten). De Gele trilzwam parasiteert op het mycelium een andere schimmel in het dode hout, en leeft dus op een indirecte manier van dood organisch materiaal.

20 februari 2011

Sleutelbloemen


Sleutelbloemen groeien meestal onder bomen, en ze bloeien in maart voordat de bomen in het blad komen.


Dit is de allereerste van dit jaar, een Gulden Sleutelbloem (Primula veris) met kleine gele bloempjes aan een rechte stengel. Hij lijkt misplaatst zo vroeg in het seizoen in een grijsbruin kastanjebos.













Meestal staan er veel primula's bij elkaar, zoals hier. Links een paar Gulden Sleutelbloemen, en verder vooral veel Stengelloze Sleutelbloemen (Primula vulgaris) die wèl een bloemstengel hebben onder de vrij grote bleekgele bloemen, maar deze is kort en staat niet rechtop.











Alle sleutelbloemen hebben ruwe, heldergroene bladeren.


















Hybrides tussen de twee soorten komen vrij vaak voor, zoals hier te zien is.

28 januari 2011

Vuurwantsen


Op zonnige middagen in de winter komen de Vuurwantsen (Pyrrhocoris apterus) uit hun hol. Het zijn wantsen, maar ze stinken niet. Ze zijn makkelijk te vinden door hun opvallende kleur en omdat er bijna altijd veel bij elkaar zijn.


Hierboven een kolonie op de stam van een Linde. Vuurwantsen zijn vegetariërs met een voorkeur voor de zaden van Malvaceeën, zoals de Stokroos en het Kaasjeskruid. De Linde hoort ook bij de Malvaceeën.




3 januari 2011

Zeeden


In Les Landes groeien ze bij miljoenen in monocultuur, voor de houtindustrie, maar in de Dordogne staan ze meestal verspreid tussen andere bomen. De Zeeden (Pinus pinaster) is te vinden tussen kastanjes en eiken op niet te kalkrijke grond.


Zijn lange stam is vaak een beetje gebogen, en meestal beginnen de zijtakken pas helemaal bovenin bij de kroon.
















Bij jonge bomen is de schors grijzig, maar later krijgt hij meer kleur. Van roodachtig tot paars aangelopen blauw, met diepe verticale scheuren.















Alles is groot aan deze boom, niet alleen de stam. De naalden zijn minstens een decimeter lang, en de denneappels zijn zo groot als een hand. De schubben sluiten zich bij vochtig weer zodat de zaden niet kan ontsnappen. Als het droog is openen de schubben zich en komen de gevleugelde zaden vrij.