Welkom bij Plantenwandeling !

De flora van de Périgord in het zuid-westen van Frankrijk is rijk en gevarieerd net zoals zijn landschappen. Dat nodigt uit tot allerlei plantaardige ontmoetingen, zoals u kunt zien in dit blog. U vindt hier de portretten van een honderdtal wilde planten die hier groeien. Met de seizoenen mee worden nieuwe soorten toegevoegd.

Corine, botanicus en fotograaf, organiseert voor u wandelingen en andere activiteiten in de natuur rondom flora en vegetatie van de Périgord. Wilt u meer weten? Kijk op www.baladebotanique.fr.

Veel plezier !


N.B.
Met ingang van juni 2020 stopt de nederlandstalige versie van dit blog. De franstalige en engelstalige versies gaan gewoon verder. U kunt ze HIER en HIER vinden.



28 januari 2011

Vuurwantsen


Op zonnige middagen in de winter komen de Vuurwantsen (Pyrrhocoris apterus) uit hun hol. Het zijn wantsen, maar ze stinken niet. Ze zijn makkelijk te vinden door hun opvallende kleur en omdat er bijna altijd veel bij elkaar zijn.


Hierboven een kolonie op de stam van een Linde. Vuurwantsen zijn vegetariërs met een voorkeur voor de zaden van Malvaceeën, zoals de Stokroos en het Kaasjeskruid. De Linde hoort ook bij de Malvaceeën.




3 januari 2011

Zeeden


In Les Landes groeien ze bij miljoenen in monocultuur, voor de houtindustrie, maar in de Dordogne staan ze meestal verspreid tussen andere bomen. De Zeeden (Pinus pinaster) is te vinden tussen kastanjes en eiken op niet te kalkrijke grond.


Zijn lange stam is vaak een beetje gebogen, en meestal beginnen de zijtakken pas helemaal bovenin bij de kroon.
















Bij jonge bomen is de schors grijzig, maar later krijgt hij meer kleur. Van roodachtig tot paars aangelopen blauw, met diepe verticale scheuren.















Alles is groot aan deze boom, niet alleen de stam. De naalden zijn minstens een decimeter lang, en de denneappels zijn zo groot als een hand. De schubben sluiten zich bij vochtig weer zodat de zaden niet kan ontsnappen. Als het droog is openen de schubben zich en komen de gevleugelde zaden vrij.



12 december 2010

Rijp

De eerste zonnestralen na een koude nacht. De dode schermen van de Kleine bevernel (Pimpinella saxifraga) zijn bedekt met rijp.

10 december 2010

Stinkend Nieskruid

In een bos groeit dit vreemde uitsteeksel, fel afstekend tegen de handvormige bladeren van afgelopen seizoen.


Het is de nieuwe scheut van het Stinkend Nieskruid (Helleborus foetidus). En ja het stinkt, wrijf maar een blad tussen de handen.


In febrari of begin maart is de scheut uitgegroeid tot een bloeistengel met hangende, klokvormige bloemen. Ze lijken erg op de gekweekte Kerstrozen die eigenlijk met Kerst moeten bloeien (maar dat vaak niet doen ...). Ze horen tot hetzelfde geslacht.

31 oktober 2010

Herfstkleur

De bomen veranderen van kleur.


Chlorofyl produceert energie in de boom en geeft de bladeren hun groene kleur. In de herfst als er minder licht is en de dagen en nachten kouder worden, raken de nerven van de bladeren verstopt. Het transport van water en mineralen wordt onderbroken en het blad kan geen nieuw chlorofyl meer maken. Als het chlorofyl dat er nog is, is opgebruikt, verliest het blad zijn groene kleur. Andere pigmenten, vooral gele en oranje carotenoiden, waren de hele zomer aanwezig maar pas nu worden ze zichtbaar.

Bladeren van een Noorse esdoorn (Acer platanoides) zijn in de beek gevallen. In het groene blad onderin is nog chlorofyl te zien tussen de bladnerven, elders overwegen andere pigmenten.


De veranderingen in de stofwisseling in de plant, de afname van de hoeveelheid licht, en het dalen van de temperatuur maken chemische processen mogelijk die resulteren in de vorming van andere pigmenten. Zoals hieronder rode anthocyaniden in de Gewone braam (Rubus fruticosus) na de eerste nachtvorst.

24 september 2010

Twee herfstbloeiers

Een paar bloemetjes die alleen maar nu te vinden zijn.

Dit is de Scilla autumnalis, die geen Nederlandse naam heeft. Laten we zeggen Herfst-sterhyacint. Hij groeit op droge, kale grond en komt niet algemeen voor in de Dordogne, de kans hem tegen te komen is dus niet groot. Temeer daar hij erg klein is: een grote plant meet 10 centimeter. En hij bloeit maar twee weken, en de rest van het jaar leeft hij, net zoals andere sterhyacinten, grotendeels als bol onder de grond. Met hard zoeken is het mogelijk na de bloei de kleine grijsgroene blaadjes te vinden.


Dit jaar waren de Herfst-sterhyacinten laat. Waarschijnlijk omdat de zomer zo droog was, laten ze nu pas hun lila sterretjes zien.


Normaal bloeien er honderden Herfstschroeforchissen (Spiranthes spiralis). Althans als je zoekt in schrale, droge kalkgraslanden, een soort milieu dat niet zo heel veel voorkomt. Maar dit jaar heb ik er maar twee gevonden, ook later dan gewoonlijk.


Dit is het portret van de eerste.


Honderd meter verderop groeide de tweede. Van deze een paar bloempjes in detail. Het zijn echte miniatuur-orchideeën. De blauwe achtergrond komt van een steen die er toevallig lag.

13 september 2010

Wingerden

Of is het Wingerds? Hun gloeiend rode bladeren beginnen nu te verschijnen op muren en in bomen. Er zijn grofweg drie soorten wingerds, allemaal met kleine blauwzwarte bessen die erg op druiven lijken. Geen wonder, net zoals de wijnstok horen ze tot de familie der Vitaceae.



De eerste, hierboven, is de Valse wingerd (Parthenocissus inserta). Deze klimt in bomen die soms helemaal overdekt worden door de guirlanden en is regelmatig buiten tuinen te vinden. Hij heeft bladeren die verdeeld zijn in vijf afzonderlijke blaadjes.


De bladen van de Vijfvingerige wingerd (Parthenocissus quinquefolia) lijken erg op die van de vorige soort. Hij is te vinden op muren. Op deze foto van afgelopen winter is goed te zien hoe de ranken zich met kleine zuignapjes op het oppervlakvastzetten.

Deze twee soorten zijn oorspronkelijk Noordamerikanen, de volgende soort komt uit Azië.



De Oosterse wingerd (Parthenocissus tricuspidata) heeft ongedeelde bladeren met drie, vijf of meer lobben. De jonge blaadjes, in het voorjaar, hebben vaak een rode rand.