Welkom bij Plantenwandeling !

De flora van de Périgord in het zuid-westen van Frankrijk is rijk en gevarieerd net zoals zijn landschappen. Dat nodigt uit tot allerlei plantaardige ontmoetingen, zoals u kunt zien in dit blog. U vindt hier de portretten van een honderdtal wilde planten die hier groeien. Met de seizoenen mee worden nieuwe soorten toegevoegd.

Corine, botanicus en fotograaf, organiseert voor u wandelingen en andere activiteiten in de natuur rondom flora en vegetatie van de Périgord. Wilt u meer weten? Kijk op www.baladebotanique.fr.

Veel plezier !


N.B.
Met ingang van juni 2020 stopt de nederlandstalige versie van dit blog. De franstalige en engelstalige versies gaan gewoon verder. U kunt ze HIER en HIER vinden.



22 februari 2011

Gele trilzwam


Op regenachtige dagen zit er soms een dooiergele vlek in een boom, een geleiachtige massa.


Dat is dan de Gele trilzwam (Tremella mesenterica), een paddestoel die groeit op de dode takken van een eik of een andere loofboom.













Paddestoelen zijn geen planten maar behoren tot het rijk der schimmels. Ze leven van dood organisch materiaal en worden daarom saprofyten genoemd (hoewel het achtervoegsel '-phyten' eigenlijk verwijst naar planten). De Gele trilzwam parasiteert op het mycelium een andere schimmel in het dode hout, en leeft dus op een indirecte manier van dood organisch materiaal.

20 februari 2011

Sleutelbloemen


Sleutelbloemen groeien meestal onder bomen, en ze bloeien in maart voordat de bomen in het blad komen.


Dit is de allereerste van dit jaar, een Gulden Sleutelbloem (Primula veris) met kleine gele bloempjes aan een rechte stengel. Hij lijkt misplaatst zo vroeg in het seizoen in een grijsbruin kastanjebos.













Meestal staan er veel primula's bij elkaar, zoals hier. Links een paar Gulden Sleutelbloemen, en verder vooral veel Stengelloze Sleutelbloemen (Primula vulgaris) die wèl een bloemstengel hebben onder de vrij grote bleekgele bloemen, maar deze is kort en staat niet rechtop.











Alle sleutelbloemen hebben ruwe, heldergroene bladeren.


















Hybrides tussen de twee soorten komen vrij vaak voor, zoals hier te zien is.

28 januari 2011

Vuurwantsen


Op zonnige middagen in de winter komen de Vuurwantsen (Pyrrhocoris apterus) uit hun hol. Het zijn wantsen, maar ze stinken niet. Ze zijn makkelijk te vinden door hun opvallende kleur en omdat er bijna altijd veel bij elkaar zijn.


Hierboven een kolonie op de stam van een Linde. Vuurwantsen zijn vegetariërs met een voorkeur voor de zaden van Malvaceeën, zoals de Stokroos en het Kaasjeskruid. De Linde hoort ook bij de Malvaceeën.




3 januari 2011

Zeeden


In Les Landes groeien ze bij miljoenen in monocultuur, voor de houtindustrie, maar in de Dordogne staan ze meestal verspreid tussen andere bomen. De Zeeden (Pinus pinaster) is te vinden tussen kastanjes en eiken op niet te kalkrijke grond.


Zijn lange stam is vaak een beetje gebogen, en meestal beginnen de zijtakken pas helemaal bovenin bij de kroon.
















Bij jonge bomen is de schors grijzig, maar later krijgt hij meer kleur. Van roodachtig tot paars aangelopen blauw, met diepe verticale scheuren.















Alles is groot aan deze boom, niet alleen de stam. De naalden zijn minstens een decimeter lang, en de denneappels zijn zo groot als een hand. De schubben sluiten zich bij vochtig weer zodat de zaden niet kan ontsnappen. Als het droog is openen de schubben zich en komen de gevleugelde zaden vrij.



12 december 2010

Rijp

De eerste zonnestralen na een koude nacht. De dode schermen van de Kleine bevernel (Pimpinella saxifraga) zijn bedekt met rijp.

10 december 2010

Stinkend Nieskruid

In een bos groeit dit vreemde uitsteeksel, fel afstekend tegen de handvormige bladeren van afgelopen seizoen.


Het is de nieuwe scheut van het Stinkend Nieskruid (Helleborus foetidus). En ja het stinkt, wrijf maar een blad tussen de handen.


In febrari of begin maart is de scheut uitgegroeid tot een bloeistengel met hangende, klokvormige bloemen. Ze lijken erg op de gekweekte Kerstrozen die eigenlijk met Kerst moeten bloeien (maar dat vaak niet doen ...). Ze horen tot hetzelfde geslacht.

31 oktober 2010

Herfstkleur

De bomen veranderen van kleur.


Chlorofyl produceert energie in de boom en geeft de bladeren hun groene kleur. In de herfst als er minder licht is en de dagen en nachten kouder worden, raken de nerven van de bladeren verstopt. Het transport van water en mineralen wordt onderbroken en het blad kan geen nieuw chlorofyl meer maken. Als het chlorofyl dat er nog is, is opgebruikt, verliest het blad zijn groene kleur. Andere pigmenten, vooral gele en oranje carotenoiden, waren de hele zomer aanwezig maar pas nu worden ze zichtbaar.

Bladeren van een Noorse esdoorn (Acer platanoides) zijn in de beek gevallen. In het groene blad onderin is nog chlorofyl te zien tussen de bladnerven, elders overwegen andere pigmenten.


De veranderingen in de stofwisseling in de plant, de afname van de hoeveelheid licht, en het dalen van de temperatuur maken chemische processen mogelijk die resulteren in de vorming van andere pigmenten. Zoals hieronder rode anthocyaniden in de Gewone braam (Rubus fruticosus) na de eerste nachtvorst.