Welkom bij Plantenwandeling !

De flora van de Périgord in het zuid-westen van Frankrijk is rijk en gevarieerd net zoals zijn landschappen. Dat nodigt uit tot allerlei plantaardige ontmoetingen, zoals u kunt zien in dit blog. U vindt hier de portretten van een honderdtal wilde planten die hier groeien. Met de seizoenen mee worden nieuwe soorten toegevoegd.

Corine, botanicus en fotograaf, organiseert voor u wandelingen en andere activiteiten in de natuur rondom flora en vegetatie van de Périgord. Wilt u meer weten? Kijk op www.baladebotanique.fr.

Veel plezier !


N.B.
Met ingang van juni 2020 stopt de nederlandstalige versie van dit blog. De franstalige en engelstalige versies gaan gewoon verder. U kunt ze HIER en HIER vinden.



19 mei 2009

Kuifhyacint

Deze bloemkrabspin weeft geen web maar loert op prooi in een bloem. Als een insect landt op zoek naar nectar hapt de spin toe. Hier heeft zij (ja, het is een zij, mannetjes zijn veel kleiner) een Kuifhyacint (Muscari comosum) uitgezocht.


Nu bloeien er overal kuifhyacinten in wegbermen in graslanden. Het is een bolgewas, net zoals de blauwe druifjes uit de tuin. Op de foto hieronder is te zien dat er twee soorten bloemen zijn. De paarsbruine onderaan zijn vruchtbaar. Het bovenste deel van de plant trekt insecten aan door de intens blauwe kleur van de onvruchtbare bloemen.

9 mei 2009

Ontrollen

Bij de meeste vaatplanten zijn de jonge blaadjes opgevouwen of cylindervormig opgerold. Zo niet bij de varens, hun jonge bladen vormen spiralen. Nu zijn ze overal te vinden. De twee soorten hieronder komen veel voor.

De Tongvaren (Asplenium scolopendrium) groeit op steile en stenige hellingen in de schaduw van bomen.

En de Adelaarsvaren (Pteridium aquilinum) vormt dichte ondergroei in eiken- en kastanjebossen.

4 mei 2009

Twee spiegelorchissen

Ziehier de twee kleinste orchideeën van Trémolat, maar een paar centimeter groot. Wie niet uitkijkt gaat er zomaar op staan! Ze groeien op droge plekken met spaarzame en korte begroeiing. Een open plek in een licht eikenbos, maar ook ergens waar het er totaal niet mooi en natuurlijk uitziet; een plek waar mensen hun troep verbranden of een crossveldje.

Het zijn allebei spiegelorchissen. genoemd naar de lichte vlek op het donkere deel van de bloem. Deze maakt dat de bloem lijkt op een insect, althans in de ogen van sommige mannetjesbijen die proberen ermee te copuleren en die daardoor bijdragen aan de verspreiding van het stuifmeel.

De eerste is een Bruine spiegelorchis (Ophrys sulcata).

En dit is de Gele spiegelorchis (Ophrys lutea).

Deze twee mediterrane soorten hebben de noordelijkste rand van hun verspreidingsgebied in dit gedeelte van Frankrijk. Misschien omdat ze het noordelijker te koud vinden; misschien omdat hun bestuivers alleen in warmere streken kunnen leven.

26 april 2009

Mannetjesorchis

Het regent teveel deze maand!

Hier schuilt een insect in de bloem van een Mannetjesorchis (Orchis mascula). Zoals alle monocotylen hebben de bloemen van orchideeën drie kelkbladen en drie kroonbladen. Hier vormt een kelkblad samen met twee kroonbladen een paraplu boven de kop van de vlieg. Deze zit op een derde kroonblad, de lip, voorzien van donkere vlekjes om aan te geven waar de nectar zit, maar honger heeft hij niet. De twee andere kelkbladen zijn opzij gebogen.

Mannetjesorchissen groeien graag in loofbossen. De bloemen verschijnen voor het bladerdek van de bomen zich sluit en het zonlicht tegenhoudt. Ondanks hun uitgesproken kleur zijn ze makkelijk over het hoofd te zien. De bladeren van de Mannetjesorchis zijn diepgroen met paarsbruine vlekken.

18 april 2009

Vleugeltjesbloem

Meestal hebben wilde bloemen van één soort allemaal ongeveer dezelfde kleur. Hier niet, witte en blauwe exemplaren van de Gewone vleugeltjesbloem (Polygala vulgaris) groeien dwars door elkaar.

De kleine bloempjes zitten vol versieringen. Het witte bloemblad met franjes dient als landingsbaan voor vlinders en bijen die hun tong tussen twee blauwe vleugels door moeten steken om bij de nectar te komen.

14 april 2009

Spinnenorchis

Sinds twee weken zijn er bloeiende orchideeën in Trémolat. Dit is de eerste, een Spinnenorchis (Ophrys aranifera). Een klein plantje, geelgroen, 10 of 20 cm hoog. Je trapt er makkelijk op als je hem zoekt.

Op de fluwelige lip zit een lichtere vlek, de spiegel, die maakt dat hij een beetje op een spin lijkt. Tenminste, dat vinden wij mensen; sommige bijen zijn ervan overtuigd dat het een andere bij is die op een groene bloem zit. Hij heeft zelfs ogen!

3 april 2009

Reuzenpaardestaart

Sinds honderd miljoen jaar geleden is er veel veranderd, maar niet deze vreemde wezens.



Dit zijn de sporendragers van de Reuzenpaardestaart (Equisetum telmateia). Gedurende het Krijt waren er al verschillende soorten vaatplanten. (Niet hier in de Dordogne; het grootste deel van het huidige Frankrijk lag beneden zeeniveau.) De meeste daarvan zijn net zo als de dinosauriërs uitgestorven, of tenminste ernstig veranderd. Maar niet de equisetumfamilie. Vandaag de dag zijn er paardestaarten te vinden die er bijna net zo uitzien als hun voorouders.

De sporendragers van de reuzenpaardestaart hebben geen chlorofyl. Later dit voorjaar verschijnen de groene, vegetatieve stengels van de plant.